Menu:
deel deze site op:

Nieuws en events

Zoeken

deel dit artikel op:

Als delen geen optie is

Nieuw decreet basisbereikbaarheid

Met de invoering van het nieuw decreet basisbereikbaarheid (22 juni 2019)  bestaat het openbaar vervoer in Vlaanderen voortaan uit vier lagen. De treinen van de NMBS vormen de ruggengraat. De Lijn organiseert het kernnet, dit zijn , tram- en buslijnen op grote assen, tussen grote woonkernen en attractiepolen (school, sport, werk, handel).  Daarnaast is er het aanvullend net die lijnen in en naar de grote steden voorziet en het vervoer op maat. 

Over het kernnet beslist de Vlaamse overheid. De uitwerking van het aanvullend net en hoe dit concreet wordt voorzien,  gebeurt in overleg met de respectieve vervoerregio. Vlaanderen werd daarom in 15 vervoerregio’s ingedeeld, waarin steden en gemeenten zelf moeten beslissen over hoe ze aan de lokale vervoersnoden tegemoetkomen. Zo kunnen ze taxicheques, belbussen, maar ook deelfietsen, deelauto’s of deel-steps inzetten. Indien de vervoerregio’s voor de laatste optie kiezen, vallen blinde en slechtziende personen uit de boot.  Ze kunnen geen gebruik maken van het aanbod, terwijl ook zij naar het werk, de winkel, sport, …  moeten gaan. . Zicht op cultuur geeft daarom een duidelijk signaal aan steden en gemeenten om ons niet uit te sluiten omwille van de specificiteit van onze handicap. ZOC-SBPV  wil dat ze in alle gevallen vervoersmodi voorzien die ook voor blinden en slechtzienden toegankelijk zijn en dat ze de bepalingen van het VN-Verdrag inzake gelijke rechten voor personen met een handicap in praktijk omzetten. In artikel 9 van dit verdrag staat immers klaar en duidelijk dat overheden passende maatregelen moeten nemen om 'personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en -systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden.'

Ook voor het vervoer op maat kunnen nog heel wat verbeteringen. De meeste steden en gemeenten in Vlaanderen organiseren via de Mindermobielencentrales vrijwilligersvervoer voor personen met mobiliteitsbeperking en beperkt inkomen. Helaas kunnen blinde en slechtziende personen er slechts in een beperkt aantal steden een beroep op doen omdat  hier (personen met mobiliteitsbeperking’ dan te specifiek als personen met motorische beperking wordt geïnterpreteerd.

ZOC-SBPV is dan ook van mening dat de Vlaamse overheid in de werking mobiliteitscentrale ook aandacht moet hebben voor de noden van blinde en slechtziende personen voor hun verplaatsing.