Menu:
deel deze site op:
deel dit artikel op:

Eye Facts: standpunten

Wat zijn Eye Facts?

Het Vlaams Experten Overleg Mobiliteit en Toegankelijkheid voor blinde en slechtziende personen (VEOMT) is een overlegorgaan van de Vlaamse sector voor blinde en slechtziende personen. Representatieve ervaringsdeskundigen, professionele experten en strategisch experten die zich verdiepen in het thema mobiliteit en ruimtelijke toegankelijkheid van infrastructuur, nemen deel aan dit overleg.
De bedoeling is om tot gezamenlijke standpunten te komen die een basis kunnen vormen voor een consequente toegankelijkheidsadvisering en uniforme toepassingen in Vlaanderen. ZOC-SBPV vervult de coördinatie en secretariaatsfunctie van VEOMT.

ZOC-SBPV zet deze gedeelde standpunten als 'Eye Facts' op haar website en nodigt andere organisaties uit om deze standpunten te delen onder hun eigen naam. 

Eye Fact: Akoestische signalisatie van voetgangerslichten voor blinde en slechtziende personen

Onderstaand standpunt werd goedgekeurd op de vergadering van het Vlaams Experten Overleg Mobiliteit en Toegankelijkheid voor blinde en slechtziende personen (VEOMT) van 22 mei 2017.

Oversteekplaatsen en kruispunten zijn een risicovol onderdeel van het traject van elke zwakke weggebruiker. Blinde en slechtziende personen vormen een bijzonder kwetsbare groep. Zij weten niet altijd of er verkeerslichten zijn en zien niet wanneer het groen of rood voetgangerslicht brandt. Ook voor de gebruikers van een geleidehond vormt dit een probleem. Het is een misvatting dat een geleidehond het onderscheid tussen groen en rood licht kan zien. De geleide-hondgebruiker moet zelf beslissen wanneer het veilig is om over te steken. Het is daarom noodzakelijk om de voetgangerslichten te voorzien van akoes-tische signalisatie. Deze geeft immers met een auditief signaal aan wanneer men kan oversteken. Bovendien helpt het aanloksignaal van de akoestische signalisa-tie aan de overkant bij de oriëntatie naar de juiste oversteekrichting.

Criteria voor de toepassing van akoestische signalisatie

De toepassing van akoestische signalisatie is vooral aan te raden op kruispunten van invalswegen of andere drukke verkeersknooppunten van een stad of gemeente, nabij grootwarenhuizen en winkelcentra, NMBS-stations, zieken-huizen, zorgcentra, scholen, sport- en cultuurcentra,… en oversteekplaatsen tussen twee (of meer) tram- of bushaltes, indien deze zijn uitgerust met verkeerslichten. Deze opsomming is niet limitatief. Zich veilig en comfortabel kunnen verplaatsen in de openbare ruimte is een recht voor iedere burger. Ook blinde en slecht-ziende personen hebben het recht om op een veilige manier van eender welke oversteekplaats gebruik te kunnen maken. Bij elke (her)aanleg dienen de verkeerslichten systematisch voorzien van akoestische signalisatie, zoals dat nu reeds in sommige landen (o.m. Zweden) het geval is. Zie ook volgend punt.

Daarnaast wordt voor de beslissing over het al of niet toepassen van dit systeem door de Vlaamse overheid geïnformeerd naar het aantal blinde en slechtziende omwonenden, de looproutes van de betrokkenen en de frequentie van het gebruik van de oversteken. Het aantal omwonenden mag echter niet als criterium genomen worden. Immers, een oversteekplaats of kruispunt wordt soms frequenter bezocht door mensen die in de buurt werken, naar school gaan, hun wekelijkse boodschappen doen, deelnemen aan sociaal-culturele activiteiten, toeristische bezienswaardig-heden of bepaalde diensten (dokter, apotheker, kinesist, mutualiteit…) bezoeken.

Bovendien is het uitgangspunt dat blinde en slechtziende personen uitsluitend vaste, aangeleerde trajecten afleggen voorbijgestreefd. De laatste decennia nemen blinde en slechtziende personen actiever deel aan de maatschappij en zijn ze een stuk mobieler geworden. Zij volgen wel oriëntatie- en mobiliteitstraining. Daarbij leren zij gebruik te maken van de witte stok of geleidehond en worden enkele vaste trajecten aangeleerd die zij vaak moeten afleggen. Maar bij latere, gewijzigde omstandigheden (bijv. een andere woonplaats of job, een nieuwe hobby,…) of occasionele gelegenheden (bijv. notarisbezoek) willen zij ook zelfstandig hun weg kunnen vinden. Zij behelpen zich dan met de tijdens de trainingen aangeleerde mobiliteitshulpmiddelen en -technieken.

Omkaderende regelgeving

Het recht op een gelijkwaardige en zelfstandige mobiliteit voor personen met een handicap wordt ondersteund door de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Belgische federale en gewestelijke overheden.

VN-verdrag

Het ‘Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap’ van 13 december 2006 (door België geratificeerd op 2 juli 2009; door de Europese Unie op 23 december 2010) stelt in artikel 9 dat: “(…) de Staten die Partij zijn passende maatregelen moeten nemen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, vervoer, informatie en communicatie. (…) Deze maat-regelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op:
a. gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daar-buiten (…)”.
Verder stelt artikel 20 “om de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap met de grootst mogelijke mate van zelfstandigheid te waarborgen”. Het gaat daarbij om het voorzien van mobiliteitshulpmiddelen, ondersteunende technologieën en trainingen in mobiliteitsvaardigheden.

Vlaamse resolutie

Om de zelfstandige mobiliteit van blinde en slechtziende personen in het bijzonder te ondersteunen, is er nood aan een infrastructuur die een zo optimaal mogelijke veiligheid garandeert. Om aan deze nood tegemoet te komen keurde het Vlaams Parlement op 26 maart 2014 de ‘Resolutie betreffende een toegankelijke mobiliteit voor blinden en slechtzienden’ goed. Daarin werden onder meer volgende voorstellen van maatregelen opgenomen:

  • “Een proactief beleid voeren voor inrichtingsprincipes, waarbij maximaal wordt rekening gehouden met personen met een visuele handicap en wordt overlegd met de organisaties die hen vertegenwoordigen.”
  • “Het comfort en de veiligheid van de voetpaden optimaliseren.”
  • “Blindendrukknoppen en geluidsbakens installeren aan alle oversteek-plaatsen, met prioriteit voor kruispunten op aanvraag en zones met lawaaierig autoverkeer.”

Soorten akoestische signalisatie

Anno 2017 zijn in België twee soorten akoestische signalisatie bij verkeerslichten bekend: rateltikkers en sprekende bakens.
Rateltikkers geven door middel van verschillende geluids- en trilsignalen het verschil aan tussen groen en rood voetgangerslicht. Ze zijn automatisch ingesteld of kunnen worden geactiveerd via een drukknop.
Sprekende bakens geven door middel van auditieve informatie en geluids-signalen niet alleen aan wanneer het groen of rood voetgangerslicht brandt, maar geven ook bijkomende informatie (zoals de naam van de straat die men oversteekt) of verwittigen voor een doorrijdende tram. Ze kunnen worden geactiveerd via een drukknop, een afstandsbediening (in het bezit van de gebruiker) of via een app op smartphone of iPhone.
In dit document spitsen we ons toe op de aanbevelingen voor rateltikkers.

Aanbevelingen voor de installatie en parametrisering van rateltikkers

Onderstaande aanbevelingen zijn geformuleerd in functie van de anno 2017 van kracht zijnde maatregelen en beschikbare technologie. De aanbevelingen kunnen wijzigen indien de voorwaarden, maatregelen en technologische ontwikkelingen veranderen.

Algemene principes

Op kruispunten wordt in elke richting een signaal voorzien dat de blinde en slechtziende weggebruikers toelaat op een veilige en comfortabele manier de openbare weg over te steken. Aan weerszijden van elke oversteekplaats moet zich een geluidsbaken bevinden. Het geluidsbaken aan de kant van de oversteek-plaats waar men de oversteek aanvangt, is belangrijk om de groen- of roodfase voor de voetgangers aan te geven.
Het geluidsbaken dat zich aan de overzijde van de oversteek bevindt, is belang-rijk om zich te kunnen oriënteren in de juiste oversteekrichting.

De akoestische signalisatie is afgesteld op de lichtsignalisatie bedoeld voor de voetgangers. Ze geeft een trage tik- of bieptoon bij rood voetgangerslicht en een snelle tik- of bieptoon bij groen voetgangerslicht. De geluids-signalen van twee oversteekplaatsen die bij eenzelfde straathoek vertrekken, moeten onderling van elkaar te onderscheiden zijn. De akoestische signalisatie mag niet verward worden met andere signalen, zoals een alarmsignaal of het signaal bij een achteruitrijmanoever van een vracht-wagen.

Rateltikkers met een continue werking genieten de voorkeur. Rateltikkers die enkel worden geactiveerd door middel van een drukknop zijn voor de doelgroep niet vindbaar. Blinde en slechtziende weggebruikers weten dan vaak niet dat er rateltikkers aanwezig zijn. Indien toch wordt gebruik gemaakt van een aanvraagknop, dan moet deze tactiel en visueel duidelijk detecteerbaar zijn op het toestel en bij het indrukken of aanraken een kort auditief ontvangstsignaal en lichtsignaal geven. Dit ontvangstsignaal moet duidelijk verschillen van het signaal dat wordt gegeven bij de rood- en groenfase van het voetgangerslicht.

De geluidssterkte

De geluidssterkte van de akoestische signalisatie moet zich aanpassen aan het niveau van het omgevingslawaai. Een verhoging van de vastgestelde basis-geluidssterkte met minstens 15 dB is aangewezen.

Aangezien blinde en slechtziende personen zich bij het oversteken moeten richten op het aanloksignaal van de rateltikker aan de overkant, dient de geluidssterkte daarenboven aangepast aan de lengte van de oversteek.

  • Oversteekplaatsen met een lengte tot 9 meter: De geluidssterkte van de akoestische signalisatie bedraagt minimaal 50 dB in een bebouwde omgeving en minimaal 55 dB in een niet-bebouwde omgeving.
  • Oversteekplaatsen met een lengte van meer dan 9 meter:

- Het is raadzaam om tussen- of middenbermen aan te leggen. Bij een tussen- of middenberm tussen 2 rijstroken dient een extra geluids-baken geïnstalleerd. De geluidssterkte van de akoestische signalisatie stemt dan overeen met deze bij een oversteek met een lengte tot 9 meter.
- Indien wegens de bestaande toestand van de infrastructuur of wegens plaatsgebrek door bebouwing geen tussen- of middenbermen kunnen worden aangelegd, dient de geluidssterkte van de akoestische signalisatie minimaal 60 dB te zijn in een bebouwde omgeving en 65 dB in een niet-bebouwde omgeving.
In elk geval moet de geluidssterkte aanpasbaar zijn tot 90 dB.

Tactiele trilpijl

De rateltikkers worden eveneens uitgerust met een tactiele trilpijl (voor doof-blinde personen). De pijl dient de oversteekrichting aan te geven. Deze is parallel aan de as van de oversteek. Het trilsignaal moet een duidelijk onderscheid geven tussen de rood- en groen-fase en een (kort) ontvangstsignaal geven bij aanvraag via een drukknop.

Reliëfplaatje

Op de behuizing van de rateltikkers kan een reliëfplaatje worden aangebracht waarop de weggedeelten staan vermeld die men zal kruisen (bijvoorbeeld: 1 fietspad, 2 rijbanen in twee verschillende richtingen en opnieuw 1 fietspad).

De combinatie van rateltikkers met podotactiele aanpassingen

Rateltikkers dienen zo dicht mogelijk bij de zebrapaden geïnstalleerd en op maximaal een armlengte afstand van de plaats op het voetpad waar de voetgangers staan om de oversteek aan te vangen.

Opdat blinde en slechtziende voetgangers de oversteekplaats en de aanvraag-knop van de akoestische signalisatie kunnen vinden, is podotactiele geleiding noodzakelijk. Deze dient aangelegd in overeenstemming met de standpunten en aanbevelingen van de sector voor blinde en slechtziende personen.

Podotactiele geleiding bestaat uit drie materialen die elk een specifieke tactiele signaalfunctie hebben voor de gebruikers: ribbeltegels, noppentegels en verende rubbertegels. Ribbel- en noppentegels zijn meestal witte betonnen tegels van 30x30x6 cm of 30x30x8 cm. Andere afmetingen zijn aanvaardbaar indien ze de mogelijk bieden om vlakke, aaneengesloten ribbel- en noppenstroken van circa 60 cm breed aan te leggen. Verende rubbertegels zijn betonnen tegels van gelijke afmetingen met op het oppervlak een verende rubberen overkapping.

  • Ribbeltegels: Deze worden gebruikt voor de aanleg van geleidelijnen. De ribbellijnen liggen in de looprichting en ‘leiden’ de gebruiker naar de plaats waar hij moet zijn. Ter hoogte van een kruispunt leiden ze naar de oversteek-plaatsen. De breedte van een geleidelijn is 60 cm (2 tegels breed). De geleidelijn sluit haaks aan op een waarschuwingsstrook die aan de rand van het voetpad is aangelegd.
  • Noppentegels: Deze worden gebruikt voor de aanleg van waarschuwingsstroken. De noppen hebben een geschrankt patroon en ‘waarschuwen’ de gebruiker voor gevaar. Ter hoogte van een oversteekplaats liggen de waarschu-wingsstroken op 35-45 cm voor de rand van het voetpad, haaks op de as van de oversteek. De strook is minimaal 180 cm breed en 60 cm diep in de looprichting. Bij verkeerslichten met rateltikkers dient een zijkant van de waarschuwingsstrook aan te sluiten tegen de seinpaal waartegen het geluidsbaken en de drukknop bevestigd zijn.
  • Verende rubberoppervlakken: Deze worden gebruikt voor de aanleg van artificiële oriëntatiepunten. Ze geven een bepaalde locatie aan (bijvoorbeeld een wachtzone ter hoog-te van de plaats waar een tram of bus met de voorste deur stopt aan een halteplaats) en geven aan waar van looprichting kan of moet veranderd worden. Waar twee voetpaden samenkomen (op een straathoek van een kruispunt) en een richting moet worden gekozen, komen de twee geleidelijnen samen op een vierkant van verende rubbertegels. Dit vierkant is 60x60 cm groot.

Eye Fact: sprekende bakens

Onderstaand standpunt werd goedgekeurd op de vergadering van het Vlaams Experten Overleg Mobiliteit en Toegankelijkheid voor blinde en slechtziende personen (VEOMT) van 21 juni 2016.

Standpunt

Sprekende bakens zijn een onderdeel van een navigatiesysteem dat hulp biedt bij de oriëntatie in openbare en publiek toegankelijke ruimten en gebouwen. Er bestaan verschillende systemen. Eén daarvan zijn de radiografisch gestuurde bakens. Deze geven de informatie ruimtelijk weer. Dat kan zijn in gesproken vorm of in de vorm van een geluidssignaal. Radiografisch gestuurde bakens kunnen door de gebruikers worden geactiveerd via een aanvraagknop (enkel bij verkeerslichten), een afstandsbediening of een app op smart- of iPhone. Een ander systeem zijn de bakens met bluetooth-verbinding. Deze bakens zenden de informatie enkel door via een app
op de smart- of iPhone van de gebruiker. De informatie kan door de smartphone zowel in visuele als auditieve vorm worden weergegeven.

De keuze voor één van deze systemen is afhankelijk van de aard of functie van een ruimte of gebouw. Enkel waar de ruimtelijke spraakoutput geen hinder vormt voor de omgeving, kan voor een dergelijk systeem gekozen worden. Dit zijn in de eerste plaats de openbare ruimten zoals kruispunten, waar de sprekende bakens een (beter) alternatief kunnen zijn voor de klassieke rateltikkers. (Ze geven immers niet alleen de groen- of roodfase van het voetgangerslicht aan, maar kunnen tevens bijkomende informatie geven zoals de naam van de straat die men oversteekt.) Ook ruimten en gebouwen waar grotere mensenmassa's circuleren, zoals stationsgebouwen, luchthavens, commerciële centra of shoppingcentra, komen hiervoor in aanmerking. Bij andere gebouwen die vallen onder het toepassingsgebied van de Vlaamse en Brusselse toegankelijkheidswetgeving, zoals ziekenhuizen, zorgcentra, scholen, cultuur- en sportcentra, theaters, bibliotheken, musea,... is de ruimtelijke spraakoutput niet wenselijk en wordt de voorkeur gegeven aan een discretere weergave van de gesproken informatie.

Terwijl sprekende bakens in andere landen reeds meer dan een decennium lang in gebruik zijn (in Frankrijk sinds 2003), werden pas enkele jaren terug de eerste proef-opstellingen in België gerealiseerd, m.n.:

  • in het NMBS-station van Namen, waar de toepassing bestaat uit een multisensorieel plan en een circuit van 15 sprekende bakens die werden geïnstalleerd op cruciale plaatsen in het stationsgebouw;
  • bij de voetgangerslichten op de oversteken van het kruispunt Drongensesteenweg x Rooigemlaan te Gent.

De proefopstelling in het station van Namen was een initiatief van Accetics (een Waals onderzoeks- en studiebureau inzake toegankelijkheid van publieke ruimten en gebouwen), met medewerking van de NMBS. In samenwerking met Waalse en Brusselse organisaties voor blinde en slechtziende personen werd dit grondig geëvalueerd door een representatieve gebruikersgroep in de periode mei 2011 tot januari 2012. Ook Vlaamse organisaties testten het systeem uit met een groep ervaringsdeskundigen. De proefopstelling op het kruispunt te Gent was een initiatief van de Stad Gent, met medewerking van het Agentschap Wegen en Verkeer -afdeling Oost-Vlaanderen. Deze werd in de periode april-juni 2014 geëvalueerd met lokale organisaties en ervaringsdeskundigen van de Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap van Gent.
Daarnaast werd op 21 februari 2013 door de Expertisecel toegankelijkheid van Blindenzorg Licht en Liefde vzw en ervaringsdeskundigen een studiebezoek gebracht aan toepassingen van sprekende bakens op enkele grote kruispunten te Parijs.