Menu:
deel deze site op:
deel dit artikel op:

VERKIEZINGEN 2014: 6 vragen politieke partijen

Vraag 1: Wat zijn de concrete plannen van uw partij voor het leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid?

8 op de 10 van de +/- 120.000 ernstig slechtziende en blinde Vlamingen zijn ouder dan 65 jaar. Zij kunnen op geen enkele manier rekenen op solidaire steun vanwege de overheid bij de aanschaf van (hoogtechnologische) hulpmiddelen. Wat zijn de concrete plannen van uw partij voor het leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid?

Noot van de redactie: antwoorden van partijen staan in alfabetische volgorde.

 

CD&V

CD&V kiest ervoor om inzake het hulpmiddelenbeleid dwarsverbindingen te leggen tussen de sector van personen met een handicap en de ouderenzorg en om het hulpmiddelenbeleid leeftijdsonafhankelijk te maken.

Dit engagement blijkt ondermeer uit de projectoproep voor het beter inzetten van hulpmiddelen zonder enige leeftijdsbeperking in december 2013 gelanceerd door CD&V-minister Jo Vandeurzen. Deze oproep wil de bestaande initiatiefnemers die betrokken zijn bij de ontwikkeling en verstrekking van communicatieve en mobiliteitshulpmiddelen financieel ondersteunen in hun inspanningen om deze verstrekking meer betaalbaar en meer accuraat te maken.

 

Groen!

In het kader van de zesde staatshervorming worden de federaal gebleven mobiliteitshulpmiddelen overgeheveld. Groen wil een uniek loket voor iedere persoon die een mobiliteitshulpmiddel nodig heeft, ook in Brussel. De overheveling vormt de kans voor de uitbouw van een leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid. Op dit moment kan een persoon van wie de handicap na de leeftijd van 65 ontstaat immers nog geen gebruik maken van dezelfde hulpmiddelen als een persoon van wie de handicap eerder ontstaan is.

 

N-VA

De N-VA kiest consequente principes en procedures, die gelden doorheen het ganse hulpmiddelenbeleid. Daarbij kan dus niet zomaar onderscheid gemaakt worden op basis van de leeftijd. Indien wetenschappelijke studies aantonen dat er een meerwaarde is en indien er een Health Technology Assessment bewijst dat het gebruik kosteneffectief is, dan is terugbetaling mogelijk. Wanneer de maatschappij een terugbetaling noodzakelijk vindt en daarvoor middelen wil vrijmaken, kan worden afgeweken van dit basisprincipe.

 

Open Vld

Open Vld is voorstander van een leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid. De overheveling van de mobiliteitshulpmiddelen in het kader van de zesde staatshervorming moet leiden tot een concept van leeftijdsonafhankelijke hulpmiddelen.

Open Vld wil komen tot een een economisch verantwoord systeem om voor een aantal mobiliteitshulpmiddelen te werken met een verhuursysteem/uitleendienst. Op deze wijze wordt het mogelijk om hulpmiddelen die slechts voor beperkte periode worden gebruikt, ter beschikking te stellen via een verhuur/uitleensysteem waardoor ze meerder keren opnieuw kunnen worden gebruiken. Dit maakt de kostprijs voor de overheid beheersbaarder en creëert ruimte voor het ter beschikking stellen van nieuwe hulpmiddelen.

 

sp.a

Sp.a heeft het leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid opgenomen in haar verkiezingsprogramma (http://www.s-p-a.be/socialewelvaart/solidaire-zorg-het-goed-hebben-nu-en-later/#article):

De toekenning aan Vlaanderen van de volledige bevoegdheid en het budget voor de mobiliteitshulpmiddelen moet ertoe leiden dat dit beleid gestroomlijnd wordt en zo klantgericht mogelijk wordt georganiseerd. We brengen een leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid tot stand.
Voor sociale integratie zijn hulpmiddelen essentieel. Vandaag loopt de toekenning of terugbetaling van hulpmiddelen nog veel te stroef. De procedure is vaak lang en complex. Daarenboven moeten we ook innovaties in de hulpmiddelensector vlugger meenemen bij de toekenning en terugbetaling. Door een globale herziening van het hulpmiddelenbeleid moet iedereen die hier nood aan heeft vlot beschikken over de nodige en adequate hulpmiddelen.

Wilt u reageren op deze vraag? Stuur ons een mailtje.

Vraag 2: Werk vinden/houden als blinde en slechtziende is vandaag nog steeds verre van voor iedereen weggelegd. Welke maatregelen verdedigt uw partij om hieraan tegemoet te komen?

Noot van de redactie: antwoorden van partijen staan in alfabetische volgorde.

CD&V

De noodzakelijke verhoging van de werkgelegenheidsgraad vraagt een grotere insluiting van iedereen. CD&V zet daarom in op het gebruik van slimme streefcijfers om de participatie van personen met een beperking op de arbeidsmarkt te verhogen. Ook andere beleidsinitiatieven zoals het Maatwerkdecreet, het Decreet Welzijn-Werk en de toekomstige hervorming van de in het kader van de 6de staatshervorming overgedragen doelgroepmaatregelen, kunnen bijdragen tot een verhoging van de deelname van mensen met een arbeidshandicap aan de arbeidsmarkt.

Daarnaast gaan we verder met de ondersteuning vanuit de VDAB die sedert 2008 verantwoordelijk is voor werk en opleiding van personen met een arbeidshandicap.

Vandaag kan wie werk zoekt, terecht in een werkwinkel in de buurt. De VDAB voorziet verschillende bijzondere tewerkstellings-ondersteunende maatregelen voor zowel de persoon met arbeidshandicap als voor de werkgever. Zo kan de werkgever via de Vlaamse ondersteuningspremie een deel van de loonkosten terugbetaald krijgen. De persoon met een handicap kan ook een aanvraag indienen voor een werkplaatsaanpassing, voor een tegemoetkoming voor aangepast arbeidsgereedschap- of kleding en voor een tegemoetkoming voor een deel van de verplaatsingskosten woon-werkverkeer.

De gespecialiseerde diensten voor personen met een arbeidshandicap (ATB, CGVB, CBO’s), krijgen extra middelen om te zorgen voor een optimale toegankelijkheid voor en ondersteuning van blinden en slechtzienden.

 

Groen!

  • Blinde of slechtziende personen hebben ook nood aan steun als ze werken. Personen met een handicap die de stap naar werk zetten zijn financieel vaak niet beter af dan voorheen. Daarom moet een voldoende hoog ondersteuning(sbudget) blijven bestaan dat loon en uitkering aanvult wanneer men beslist te gaan werken.
  • Zero tolerance voor discriminatie. De aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt blijft laks. Sensibilisatie is onvoldoende. Discriminatie moet ook actief opgespoord en bestraft worden. Dat kan door praktijktests uit te voeren en overtredingen te beboeten. De inspectiediensten krijgen meer handen en tanden om te kunnen toezien op de regels. Praktijktests zijn een heel efficiënt systeem en moeten rechtsgeldigheid krijgen. Systematisch worden deze tests doorgevoerd. Bedrijven die hier slecht op scoren worden een eerste keer gesensibiliseerd en gewaarschuwd, een tweede keer volgen er onverbiddelijk sancties.
  • Een eenvoudig doelgroepenbeleid. De lijst van arbeidsmarktmaatregelen is veel te lang. De overdracht van het doelgroepenbeleid van de federale naar de regionale overheden is een unieke kans om dit beleid administratief sterk te vereenvoudigen. We schaffen daarom na de overdracht het onoverzichtelijk kluwen van loonkostsubsidies af en vervangen die per doelgroep door een één loonkostsubsidie.
  • Alle bedrijven kunnen personen met een afstand tot de arbeidsmarkt tewerkstellen. Het maatwerkdecreet wil de doorstroom van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt bevorderen, maar betrekt hierbij enkel bedrijven die minstens vijf doelgroepwerknemers tewerkstellen. Groen vindt dat bedrijven die een beperkt aantal doelgroepwerknemers tewerkstellen even goed recht hebben op ondersteuning als bedrijven die doelgroepwerknemers collectief tewerkstellen. Enkel op deze manier kunnen doelgroepwerknemers daadwerkelijk geïntegreerd worden op de arbeidsmarkt.
  • Wie alleen met doelgroepwerknemers werkt moet duurzaam kunnen ondernemen. Beschutte en sociale werkplaatsen krijgen een structurele plaats en de nodige stabiliteit om duurzaam sociaal te kunnen ondernemen.
  • Begeleiding van werkgevers bij het invullen van lang openstaande vacatures. De paradox op de arbeidsmarkt waarbij er enerzijds veel werkzoekenden geen job vinden en er anderzijds veel vacatures niet ingevuld raken, wordt op dit moment in hoofdzaak aangepakt door werkzoekenden te activeren, hen op te leiden en aan te sporen op vacatures in te gaan. Deze begeleiding kan nog beter. Maar ook een flankerend beleid is nodig, dat de vacatures activeert. Waar nodig moet de aanwervingsdrempel lager liggen en/of moeten kandidaten intensief worden begeleid tijdens een inwerkperiode. Daarom werkt de arbeidsbemiddelaar een sluitende aanpak voor vacatures uit, analoog aan die voor werkzoekenden. Door actief mee te helpen met de invulling van lang openstaande vacatures moeten doelgroepen die nu de toegang tot de arbeidsmarkt het moeilijkst vinden het meest geholpen worden.
  • Respect voor het werkvermogen. De Vlaamse regering, vakbonden en werkgevers spraken in het Pact 2020 af om het aandeel werkbare jobs aanzienlijk te verbeteren tegen 2020. Nochtans is het aandeel werknemers dat een probleem heeft met de werkbaarheid tussen 2004 en 2013 nauwelijks afgenomen. Groen onderschrijft het syndicale recept van ACV: “vroegtijdig knelpunten detecteren in het werkvermogen van werknemers is essentieel om  de werkbaarheid op peil te houden met vorming, jobaanpassingen of ander individueel maatwerk”. We ondersteunen de versnelde ontwikkeling van een eenvoudig instrument dat het ‘werkvermogen’ van werknemers en zelfstandigen meet. Sociale partners zien van kortbij toe op de uitwerking van zo’n neutraal instrument. Dat instrument geeft aan waar dat individueel werkvermogen niet overeenstemt met de verwachtingen van de job en de werkomgeving. Bij de ene werknemer is de combinatie werk-privé problematisch, een tweede ontbeert mogelijkheden om zich te ontplooien, een derde te weinig autonomie en een vierde te weinig sociale steun. Zo hebben werknemers, maar ook zelfstandigen, een krachtig instrument om voor zichzelf aan te geven op welk vlak het werk aangepast moet worden, zodat demotivatie, ziekte of vroegtijdige uitval preventief kunnen aangepakt worden.
  • Meer ruimte voor redelijke aanpassingen op het werk. De overheid ondersteunt bedrijven in het implementeren van redelijke aanpassingen op het werk voor personen met een beperking.

 

N-VA

Wie verantwoordelijkheid neemt, moeten we belonen. En dat geldt zeker ook voor slechtzienden die werken. De blinde of slechtziende willen we via een begeleiding op maat zowel ondersteunen in het zoeken naar werk als tijdens zijn loopbaan. Hierbij mag het niet uitmaken of hij werkt op de reguliere arbeidsmarkt of in de sociale economie. Daarbij voeren we geleidelijk een persoonlijk ondersteuningsbudget in, zonder trappen of niveaus. Dit moet de blinde of slechtziende in staat stellen om zelf geïnformeerde keuzes te maken om zoveel als mogelijk te participeren aan het ‘gewone’ leven.

Verantwoordelijkheid belonen kan ook door de mensen die de stap naar de arbeidsmarkt wagen, beter te ondersteunen. Wie een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) ontvangt, werk vindt maar nadien weer verliest, heeft vandaag geen recht meer heeft op de IVT. Hij komt in dat geval in het stelsel van werkloosheid terecht. Zij lopen het risico slechter af te zijn dan voorheen. De N-VA wil het voor hen mogelijk maken terug te vallen op de oorspronkelijke hoedanigheid.

De overheid moet als werkgever een voorbeeldfunctie vervullen naar het aanwerven van personen met een beperking. We realiseren het streefcijfer van 3%. Via het delen van good practices en het verderzetten van sensibiliserings-campagnes hopen we de werkgevers warm te maken voor het aanwerven van blinden en slechtzienden.

 

Open Vld

We stellen vast dat van de groep van aanvragers van een Vlaamse ondersteuningspremie slechts 4,7% mensen met een visuele handicap zijn.

We denken dat nog meer moet ingezet worden op sensibilisering van de werkgevers, maar dat het VDAB veel meer een dienstverlenend aanbod moet doen aan de werkgevers in de begeleiding van de administratie mbt de aanvraag van het VOP en de aanpassing van de werkpost. Op die manier ontlasten we werkgevers van administratie en maken we het tewerkstellen van mensen met een visuele handicap eenvoudiger en aantrekkelijker.

 

sp.a

Werkzoekenden met een visuele handicap moeten meer op maat en volgens hun mogelijkheden en noden opgevolgd en begeleid worden om hun inspanningen te optimaliseren. Dit moet leiden tot een concreet aanbod, hetzij een job, hetzij een opleiding, hetzij een stage. Ondernemingen krijgen actieve ondersteuning in de vorm van opleiding en advies om een gender- en diversiteitsbeleid te voeren. Er is maatwerk per sector nodig is en sociale partners kunnen zelf het beste inschatten welke maatregelen in hun sector al dan niet werken. De overheid dient het goede voorbeeld te geven.

Ook personen met een visuele handicap willen in de eerste plaats werken. Personen met een handicap verdienen extra steun op de arbeidsmarkt. Werkgevers moeten inspanningen leveren door het doorvoeren van redelijke aanpassingen. De tegemoetkoming voor de aanpassing van de werkpost voor personen met een arbeidshandicap en de Vlaamse Ondersteuningspremie moeten hierbij helpen.

Het is in dit verband ook belangrijk dat de eisen die we als samenleving stellen aan werkzoekenden realistisch zijn en blijven. De inspanningen die werkzoekenden presteren moeten gerespecteerd worden. Enkel door mensen via een begeleiding op maat te ondersteunen en bij te scholen zullen zij een job vinden die bij hen past en die hen als mens voldoening biedt. Dit is een proces dat tijd vraagt en dit is ook iets wat we moeten durven te geven. De VDAB moet daarvoor begeleiding en bemiddeling organiseren.

Oudere werknemers, vrouwen, mensen met een handicap en etnische minderheden hebben het vandaag moeilijker op de arbeidsmarkt om een job te vinden of om in een onderneming door te groeien. Deze sociaaleconomische achterstelling is onaanvaardbaar. Het gaat om mensen die willen werken, maar niet kunnen omwille van hun leeftijd, handicap, geslacht, afkomst of religieuze overtuiging. Dat vreet aan een mens. Men voelt zich niet gewaardeerd en door de maatschappij als vuilnis langs de kant gezet. Dat ondergraaft het draagvlak voor solidariteit tussen bevolkingsgroepen. Los van het vele menselijke leed, verspillen we hierdoor als samenleving ook ongelooflijk veel talent dat broodnodig is om aan de welvaartsstaat van morgen te bouwen. Enkel samen kunnen we het verschil maken. Discriminatie en racisme zijn daarom een bezorgdheid van de hele maatschappij. In plaats van discriminatie te relativeren en te minimaliseren, gaat sp.a voor een anti-discriminatie beleid mét tanden. Iedereen heeft immers het fundamentele recht op gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Onderdelen in ons verkiezingsprogramma:

De overheid moet discriminatie op de arbeidsmarkt actief opsporen en aanpakken. sp.a wil dat de tewerkstelling van etnische minderheden, personen met een handicap, ouderen, en mannen/vrouwen per bedrijfstak in kaart gebracht wordt (via de sociale balans van ondernemingen en/of via cijfergegevens van de overheid). In sectoren met een statistische ondervertegenwoordiging worden er geaggregeerde praktijktesten uitgevoerd. Deze praktijktesten kunnen uitgevoerd worden door de overheid of door het Interfederaal Centrum voor Gelijkheid van Kansen en de Strijd tegen Discriminatie en Racisme.

  • Wanneer deze praktijktesten in combinatie met het cijfermateriaal wijzen op een vermoeden van discriminatie in een bepaalde sector, moeten de bevoegde paritaire (sub)comités in hun collectieve arbeidsovereenkomsten of convenanten maatregelen en engagementen nemen ter bestrijding van discriminatie in de sector. Deze maatregelen omvatten bijvoorbeeld het verplicht voeren van een diversiteitsplan, het anoniem solliciteren, het opstellen van gedragscodes en bindende streefcijfers, het maken van afspraken rond meldings- en klachtenprocedures... Sectoren die consequent nalaten om een anti-discriminatiebeleid te voeren, sanctioneren we financieel en/of leggen we dwingende maatregelen op.
  • Hoewel de diversiteit bij de overheid geleidelijk stijgt, zijn vrouwen in managementfuncties, etnische minderheden en personen met een handicap nog sterk ondervertegenwoordigd bij overheidsdiensten. In plaats van de bestaande streefcijfers te verlagen of de meetmethodes aan te passen, wil sp.a ambitieuzere streefcijfers voor de in- en doorstroom bij de overheid. Om deze streefcijfers te halen, kunnen vacatures bijvoorbeeld meer naar specifieke doelgroepen gecommuniceerd worden of kunnen personeelsverantwoordelijken meer gesensibiliseerd worden. Bij de evaluatie van leidinggevende ambtenaren wordt er gekeken in welke mate ze de streefcijfers van hun entiteit behalen.
  • Weten waar u recht op hebt, is niet altijd eenvoudig. Sociale en fiscale voordelen die gepaard gaan met een handicap zijn vaak verspreid over vele domeinen en bestuursniveaus. Daarom pleiten wij voor één laagdrempelig loket waar u toegankelijke informatie krijgt over alle bestaande voordelen. Voordelen kennen we, zoals nu al vaak het geval is, maximaal en automatisch toe.

Door lichamelijke, zintuigelijke, mentale, psychische of psychosociale problemen kan niet iedereen meedraaien op de reguliere arbeidsmarkt. Voor hen is er gelukkig plaats in de sociale economie: sociale en beschutte werkplaatsen, invoegbedrijven, activiteitencoöperaties of maatwerkafdelingen in reguliere ondernemingen. Binnen de sociale economie staat werken met mensen uit kansengroepen centraal. Deze tewerkstelling kan een tussentijdse oplossing zijn om competenties te versterken en zo door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Voor anderen is het dan weer geen tijdelijke oplossing, maar de garantie op een duurzame job. sp.a gelooft sterk in de meerwaarde van beide vormen.

Sociale economie is uiteraard veel breder dan alleen het tewerkstellen van mensen uit kansengroepen. Het zijn economische activiteiten die ook bredere, maatschappelijke doelen nastreven, zoals de sociale dienstverlening (bv. sociale restaurants, fietshersteldiensten of poets-en herstelwerk) of duurzame goederen produceren (bv. de kringloopwinkels, energiesnoeiers of biologische tuinbouw). Deze activiteiten bieden via sociale tewerkstelling een antwoord op nieuwe sociale ontwikkelingen (bv. energiezuinige wijken, nieuwe modellen van gemeenschapsvoorzieningen, enz.). Dit zijn doelstellingen die wij uiteraard volmondig onderschrijven en verder willen ondersteunen. Onderdelen in het verkiezingsprogramma:

  • Wij ondersteunen de sociale economie in al haar verschijningsvormen. De middelen die vandaag op federaal niveau beschikbaar zijn voor tewerkstelling in de sociale economie moeten ook na de staatshervorming beschikbaar blijven voor de sociale economie.
  • Onlangs zorgde sp.a voor een nieuw wettelijk kader dat tewerkstelling regelt binnen sociale en beschutte werkplaatsen en invoegbedrijven (het zogenaamde 'maatwerkdecreet'). Centraal staat een duurzame ondersteuning van maatwerkbedrijven- en afdelingen én een kwaliteitsvolle begeleiding op de werkvloer op maat van de betrokken werknemers. In de toekomst moeten we dit maatwerkdecreet opvolgen, laten naleven en investeren in de verdere uitrol en verankering van dit decreet.
  • Voor een kwaliteitsvolle begeleiding in maatwerkbedrijven- en afdelingen is het noodzakelijk dat de begeleiders op de werkvloer voldoende gekwalificeerd zijn en voldoende vorming krijgen met betrekking tot hun technische en sociale vaardigheden.
  • Omdat iedereen recht heeft op arbeid, recht op een goede job op maat, creëert sp.a bijkomende jobs in de sociale economie: in lokale diensten, maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen.

Niet voor iedereen in onze samenleving is het mogelijk om betaald werk te verrichten in de reguliere of sociale economie. Niettemin kunnen ze wel gebaat zijn om gedurende enkele uren of dagen per week onbezoldigd en met behoud van hun uitkering op een werkvloer mee te draaien (de zogenaamde 'arbeidszorg'). Werk is meer dan een inkomen alleen: het structureert het leven, zorgt voor sociale contacten en versterkt het zelfvertrouwen en de competenties van mensen. We onderschrijven volop het belang van deze werk-welzijnstrajecten (W2), zoals arbeidszorg.

Wilt u reageren op deze vraag? Stuur ons een mailtje.

Vraag 3: Toegankelijkheid van informatie op overheidswebsites (preventiecampagnes provinciale Overheden, Staatsblad…) voor personen met leesproblemen is van groot belang om te kunnen participeren als burger. Waar staat uw partij voor op dit vlak?

Noot van de redactie: antwoorden van partijen staan in alfabetische volgorde.

CD&V

We evolueren steeds meer naar een kennis- en informatiemaatschappij waar internet en communicatietechnologie een steeds belangrijkere rol spelen. Net zoals we er belang aan hechten dat iedereen fysiek toegang kan hebben tot de leefomgeving, is het voor CD&V van belang dat we de gehele samenleving kunnen betrekken bij deze evolutie.

In een tijdperk waarin digitale communicatie en informatieverstrekking steeds belangrijker worden, wil CD&V er zich toe engageren dat op zijn minst de websites van overheidsadministraties toegankelijk moeten zijn voor blinden en slechtzienden. Dit rekening houdend met de richtlijnen van Anysurfer voor toegankelijke websites.

 

Groen!

Websites van overheden moeten toegankelijk zijn voor blinde en slechtziende personen. De praktijk is echter anders. We stellen een globaal plan op om informatie en communicatie toegankelijk te maken. Door streefcijfers leggen we een gefaseerde aanpak vast. We willen deze toegankelijkheid ook juridisch verankeren. We pleiten voor een decreet toegankelijkheid dat van ontoegankelijkheid op eender welk vlak (dus ook diensten waaronder informatie en communicatie of openbare ruimte) een zaak van discriminatie maakt.

Om onze eigen informatie toegankelijk te maken, installeert Groen de applicatie Readspeaker op de website. Zo willen we ons politiek werk maximaal toegankelijk maken voor blinde en slechtzienden personen.

 

N-VA

De overheid moet duidelijk en toegankelijk communiceren met alle burgers, zeker ook met slechtzienden en blinden. Toegankelijke informatie, voorzieningen en diensten zijn een noodzaak én een recht voor alle personen met een beperking, welke dan ook.

We moeten er niet alleen voor zorgen dat openbare ruimtes en publieke gebouwen toegankelijk zijn. Onze inspanningen moeten verder en dieper gaan.

We willen dan ook dat proefprojecten op het vlak van audiobeschrijving en auditieve ondertiteling worden verdergezet en structureel worden verankerd. We voorzien nieuwe regelgeving die ervoor zorgt dat de informatie die via de verschillende vormen van media verspreid wordt, ook blinde/slechtziende burgers bereikt.

 

Open Vld

Alle Vlaamse overheidswebsites zouden vanaf 1 januari 2006 toegankelijk moeten zijn volgens de normen van AnySurfer, het Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Voor Open Vld heeft de overheid –dwz elke overheid ongeacht welk niveau- een voorbeeldfunctie en moet die doelstelling dus effectief halen omdat zij via haar websites informatie en documenten ter beschikking stelt van burgers. Dit is essentieel in tijden dat ook de overheid veel meer met haar burgers communiceert en indiening van aanvragen via de nieuwe media mogelijk maakt of verplicht maakt.

 

sp.a

Websites van overheden moeten toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. Dat is vandaag al het geval, maar vaak wordt deze verplichting niet nageleefd. Dat moet anders en beter. Antwoorden in ons verkiezingsprogramma:

  • sp.a wil dat de verschillende regeringen maatregelen nemen om de toegankelijkheid van websites sterker te waarborgen. Het is eveneens noodzakelijk dat alle andere websites die informatie in het Nederlands verstrekken, toegankelijk zijn. In eerste instantie willen we daarover met de webdesigners zelf tot afspraken komen. Als dat geen effect heeft, is dwingende regelgeving nodig. sp.a wil hier ook Europees mee aan de kar trekken.
  • Overheidsdiensten en bedrijven die essentiële dienstverlening bieden (zoals BPost, banken, telecom- en nutsbedrijven) moeten al hun informatie op toegankelijke wijze beschikbaar maken. Bijzondere aandacht dient hier te gaan naar personen met een auditieve of visuele handicap en personen met een verstandelijke beperking.
  • Daar waar we gemeenschapsmiddelen ter beschikking stellen voor infrastructuurwerken lijkt het evident dat deze nieuwe (of te vernieuwen) infrastructuur niet alleen de basisnormen van de Toegankelijkheidsverordening respecteert, maar een integrale toegankelijkheid nastreeft. Of nog: als evenementen subsidies ontvangen, verwachten we ook dat iedereen kan meedoen. Kortom, aan steun door de overheid mogen we best voorwaarden koppelen die toegankelijkheid voor iedereen garanderen.

Wilt u reageren op deze vraag? Stuur ons een mailtje.

Vraag 4: Wat zal u verdedigen bij de komende beheersovereenkomst met de NMBS op het vlak van persoonlijke assistentie voor de blinde en slechtziende treinreiziger?

Noot van de redactie: antwoorden van partijen staan in alfabetische volgorde.

CD&V

CD&V wil maximale mobiliteit garanderen aan iedereen. Ons engagement blijkt ondermeer uit het voorstel van resolutie betreffende een toegankelijke mobiliteit voor blinden en slechtzienden ingediend in februari 2014 en voor CD&V mede ondertekend door volksvertegenwoordigers Vera Jans en Katrien Schryvers.

CD&V geeft prioriteit aan de toegankelijkheid van voertuigen en veilige haltes van De Lijn, MIVB en NMBS en de bereikbaarheid ervan.  De voertuigen dienen uitgerust te worden voor de meest gebruikte hulpmiddelen voor personen met een beperking. Voor personen met een mobiele beperking die geen gebruik kunnen maken van het openbaar halte-tot-haltevervoer willen we verder investeren in aangepast en betaalbaar deur-tot-deurvervoer. Een centraal aanspreekpunt behandelt deze vervoersvragen en organiseert het vervoer. We zetten in op privécollectieve systemen zoals gesubsidieerde collectieve taxi’s en shuttlediensten met pendelbussen. Die kunnen in dunner bevolkte regio’s en op minder drukke momenten (bv. ’s nachts) de rol van het openbaar vervoer overnemen.

Bij de onderhandelingen omtrent een nieuwe beheersovereenkomst met de NMBS zullen we aandacht hebben voor de toegankelijkheid van het treinverkeer voor reizigers met een handicap of met een beperkte mobiliteit. We gaan hierbij voor het toegankelijk maken van alle grote stations, van de eerste tot de laatste trein van de dag.

 

Groen!

  • Het openbaar vervoer dient voor iedereen maximaal toegankelijk te zijn. Dat heeft betrekking op zowel de inrichting en de toegang tot de haltes, de voertuigen zelf als ook informatieverstrekking naar de reizigers toe. We willen vertegenwoordigers van de gebruikers, inzonderheid blinde en slechtzienden personen, actief betrekken bij het toegankelijkheidsbeleid. Ze kunnen advies geven en kunnen knelpunten signaleren.
  • Het probleem van overvolle bussen en trams pakken we aan door versneld werk te maken van het netmanagement en waar nodig te kiezen voor een vertramming van stedelijke buslijnen die de grens van hun capaciteit bereikt hebben. We investeren in nieuwe comfortabele tramstellen. Nog steeds zijn teveel voertuigen onvoldoende toegankelijk voor kinderwagens, rolstoelen, bagage, fietsen.
  • Treinpersoneel krijgen een opleiding voor begeleiding van personen met een visuele beperking, o.m. voor correcte omgang met reizigers met blindengeleidehonden.

 

N-VA

Vervoersmaatschappijen zoals De Lijn, de NMBS en de MIVB, hebben inspanningen gedaan om hun voertuigen, haltes, perrons en stations toegankelijker te maken. Maar de N-VA vindt hun doelstellingen te weinig ambitieus.

Vooral bij de NMBS kan het beter. De NMBS moet persoonlijke assistentie blijven verzekeren aan blinden en slechtzienden. Vandaag loopt dit nog al te vaak mank.

Blinden die een beroep willen doen op deze assistentie, moeten momenteel dit 24u (NMBS) of 48u (De Lijn) op voorhand aanvragen. Hierdoor is er geen sprake van gelijkwaardige mobiliteit. Daarom moet deze reserveringstijd voor ons korter.

 

Open Vld

In het huidige beheerscontract tussen de Staat en de NMBS zijn volgende bepalingen over de toegankelijkheid opgenomen:

In het kader van een beleid van integrale toegankelijkheid levert de NMBS voorts inspanningen om haar diensten beter toegankelijk te maken voor personen met beperkte mobiliteit (PBM).

De NMBS zal erover waken dat de bestaande begeleiding in de stations, door middel van een reservering via het Call Center in stand wordt gehouden. Deze reservering dient minstens 24 uur op voorhand te gebeuren en kan betrekking hebben op meerdere verplaatsingen. De begeleiding zal aangeboden worden van de eerste tot de laatste trein, zeven dagen op zeven. Bijlage 14 bevat de lijst van 103 stations in dewelke deze begeleiding vanaf 1 november 2008 ten behoeve van de minder mobiele reizigers wordt aangeboden.

De NMBS zal een concreet voorstel doen aan DGVL om in haar stations te komen tot een uitbreiding en optimalisering van de aangeboden dienstverlening voor minder mobiele reizigers. Dit voorstel zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Minister van Overheidsbedrijven en voor advies aan de Minister die bevoegd is voor de PBM. De NMBS zal ten laatste in de loop van 2009 haar website aanpassen aan de noden van slechtzienden.

De NMBS verbindt zich ertoe om bij de aankoop van nieuw rollend materieel te zorgen voor specifieke uitrustingen voor PBM, evenals voor de slechtzienden en de slechthorenden. Zij zal alles in het werk stellen om in de treinen de slechtzienden en slechthorenden te informeren over de vertragingen, de wijzigingen van het aantal haltes of van de aansluitingen, en dit zowel via omgeroepen berichten als via realtime aanduiding op de informatieschermen van het hiermee uitgeruste materieel.

Tenslotte is de NMBS verplicht om prestatie-indicatoren te leveren aan DGVL tegen 30 april van elk jaar over:

  • het aantal rijtuigen dat toegankelijk is voor PBM;
  • de stations en stopplaatsen waar begeleiding wordt gegarandeerd één kwartier voor de eerste trein tot één kwartier na de laatste trein;
  • de stations en stopplaatsen waarvoor begeleiding wordt gewaarborgd op de door de NMBS aangegeven tijden.

Voor Open Vld moet de NMBS als overheidsbedrijf onverminderd een voorbeeldfunctie  blijven vervullen in het garanderen van een vlotte mobiliteit voor mindermobiele personen, zowel inzake toegang tot parkings, stations en perrons als op de trein zelf. Dit vereist niet enkel via aangepaste infrastructuur en rollend materieel, maar ook persoonlijke assistentie door het stations- en treinpersoneel.  Infrabel en NMBS moeten samen een uitrustingsplan uitwerken om de toegang voor minder mobiele personen verder te verbeteren.

 

sp.a

Het openbaar vervoer mag op termijn niemand nog uitsluiten; iedereen moet er zonder extra letterlijke of figuurlijke hindernissen gebruik van kunnen maken. Alleen als het openbaar vervoer integraal toegankelijk is kan bijvoorbeeld de praktijk waarbij mensen met een beperking zich 24 uur op voorhand moeten aanmelden, ophouden. We leggen concrete en ambitieuze engagementen vast in de beheersovereenkomsten. Ons verkiezingsprogramma:

•     Een groot punt van zorg is en blijft de toegankelijkheid van zowel het openbaar vervoer als de opstap- en afstapplaatsen. Voor jong, oud, mobiel of minder mobiel. Daarnaast moet het vervoer van deur tot deur verder uitgebouwd worden voor die groep waarvoor het regulier openbaar vervoer geen optie is. Bij de NMBS moet het mogelijk worden dat er bij treinreizen tussen bediende stations geen reservatie meer nodig is. De Lijn moet communiceren over hun toegankelijke aanbod (aantal toegankelijke bussen, toegankelijke haltes) gekoppeld aan duidelijke stappenplannen en updates.

  • Sociale tarieven of andere kortingen waarop mensen recht hebben - bijvoorbeeld omwille van hun statuut (invaliditeit, personen met een handicap) of hun laag inkomen -worden automatisch toegekend, met of zonder MOBIB-kaart.
  • Bij aankoop van nieuwe treinstellen moet ook rekening gehouden worden met het reizigerswelbevinden van elke reiziger. Ze moeten bijvoorbeeld tegemoet komen aan het comfort van personen met een handicap, zoals aangepaste toiletten.

Wilt u reageren op deze vraag? Stuur ons een mailtje.

Vraag 5: Hoe zal uw partij garanderen dat er voldoende experten zijn onder de handicap specifieke dienstverleners om mensen die blind en slechtziend worden de gepaste begeleiding te geven (m.a.w. handicap specifieke dienstverleners die de nodige expertise hebben op het vlak van compenserende technieken, hoogtechnologische hulpmiddelen,...)?

Noot van de redactie: antwoorden van partijen staan in alfabetische volgorde.

CD&V

CD&V engageert er zich toe om de nodige inspanningen te blijven doen om voldoende mensen in de zorg- en welzijnssector aan de slag te krijgen en te houden.

In 2010 werd door CD&V minister Jo Vandeurzen het actieplan ‘Werk maken van werk in de zorgsector’ gelanceerd. In 2013 werd een geactualiseerd actieplan goedgekeurd dat werkt rond drie grote pijlers: het versterken van de instroom, het huidig personeel efficiënter en effectiever inzetten en de uitbouw van een hr-beleid in functie van werving, behoud en carrièreplanning van medewerkers. Dat deze inspanningen een positief resultaat hebben, blijkt ondermeer uit het feit dat bijv. de opleiding ergotherapie een stijging van het aantal inschrijvingen met 6,6% kende en momenteel geen knelpuntberoep meer is.

We hebben aandacht voor de continue bijscholing van zowel handicapspecifieke dienstverleners als andere dienstverleners.

 

Groen!

  • Personen die zich tot de Dienst Ondersteuningsplan (DOP) wenden, krijgt een deskundige trajectbegeleider toegewezen die hem of haar begeleidt bij het opmaken en uitvoeren van zijn ondersteuningsplan. De trajectbegeleider treedt op als een vertrouwenspersoon. We investeren in extra trajectbegeleiding en in aangepaste vorming om de nodige expertise te garanderen. De trajectbegeleider toetst de haalbaarheid en de directe beschikbaarheid van de professionele ondersteuning en onderhandelt indien gewenst met de voorziening om zorg in te kopen.
  • We pleiten voor een ondersteuningsplan op maat  en onder regie van blinde of slechtziende personen. Zij bepalen wat het gezin, het informele circuit, de reguliere zorg en de handicap specifieke zorg kunnen bijdragen. Het doel van die zorg en  ondersteuning is zelf keuzes kunnen maken om zo veel als mogelijk te participeren aan het ‘gewone’ leven: zelfstandig wonen, werk of dagbesteding, zinvolle vrijetijdsactiviteiten … Indien blijkt dat het netwerk rond de persoon met een handicap onvoldoende sterk is, dan kan dit netwerk versterkt worden (bijvoorbeeld met een aantal uren persoonlijke assistentie) of aangevuld worden met professionele zorg en ondersteuning uit de reguliere sectoren (bijvoorbeeld ADL-ondersteuning). Indien nodig wordt er ook handicap-specifieke ondersteuning (dagbesteding,…) opgenomen in het ondersteuningsplan. Dit betekent uiteraard ook dat het ondersteuningsplan een dynamisch plan is. Onder invloed van gewijzigde (levens)omstandigheden kan de persoon met een handicap het op elk moment aanpassen. Deze manier van werken is de enige manier om effectief een zorggarantie te garanderen.

 

N-VA

In de zorg voor personen met een beperking, moet men over de muurtjes van de eigen voorziening kunnen kijken. Daarom moderniseren we het kader waarbinnen handicapspecifieke voorzieningenwerken. Door samen te werken met de lokale overheden en andere niet-handicapspecifieke diensten, kunnen de experten zich focussen op hun kerntaak: kwalitatieve zorg verlenen. Daarnaast ondersteunen we levenslang leren zodat de dienstverleners steeds mee zijn met de nieuwste technologieën.

 

Open Vld

De Vlaamse regering heeft een Vlaame Expertisecentrum Hulpmiddelen aangekondigd. Open Vld ondersteunt een dergelijk Expertisecentrum. Het is essentieel dat de opgedane kennis doorstroomt naar de handicapspecifieke dienstverleners en de indicatiestellers zodat deze met kennis van zaken up to date informatie kunnen verstrekken aan de persoon met een handicap in de keuze voor het juiste hulpmiddel.

 

sp.a

We willen een toegankelijke samenleving garanderen door het principe van 'Universal Design' te promoten. De overheid geeft hier het goede voorbeeld. Ook voor private openbare gebouwen en locaties willen we de integrale toegankelijkheid verbeteren.

Onderdelen in ons verkiezingsprogramma:

  • Het VN-verdrag vormt de basis voor het Vlaams, Belgisch en Europees beleid m.b.t. personen met een handicap. sp.a zet deze rechten om in regelgeving en beleid. Bij elke nieuwe regelgeving en beleid zal bovendien de impact ervan op personen met een handicap beoordeeld en gemotiveerd worden.
  • We geven bouwheren vouchers waarmee zij toegankelijkheidsadvies kunnen inwinnen bij de stichting Toegankelijk Vlaanderen. Zo worden bijvoorbeeld ook meer winkels en horecazaken toegankelijk.
  • In Vlaanderen voorziet de zogenaamde Toegankelijkheidsverordening aan welke voorwaarden nieuwe of vernieuwde gebouwen met een publieke functie moeten voldoen. sp.a wil de kracht van deze regelgeving verder uitbreiden. Ook niet plan-afleesbare, maar even noodzakelijke, aanpassingen - zoals bijvoorbeeld het gebruik van braille, een blokkeringsmogelijkheid voor automatisch sluitende deuren of lichtgevende brandalarmen - nemen we in de regelgeving op. We verhogen de deskundigheid van wie met de Verordening werkt, en breiden de controle- en sanctioneringsmogelijkheden uit.
  • De persoon met een handicap zelf is de expert bij uitstek. Deze expertise moet in het beleid worden structureel aangewend. Het 'niets over ons zonder ons'-principe garandeert dat personen met een handicap betrokken worden bij het beleid. Zowel nationaal, Vlaams als lokaal. Wij pleiten voor goed werkende adviesraden voor personen met een handicap op gemeentelijk, Vlaams en Federaal niveau.

Wilt u reageren op deze vraag? Stuur ons een mailtje.

Vraag 6: Nu het ouderenbeleid naar Vlaanderen overgeheveld wordt, wat zal uw partij dan verdedigen om de oudere blinde of slechtziende personen de gepaste hulp te geven om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven?

Noot van de redactie: antwoorden van partijen staan in alfabetische volgorde.

CD&V

CD&V wil dat zorg zoveel mogelijk in de samenleving en inclusief gebeurt.

Vertrekkend vanuit de individuele zorgbehoefte van de patiënt en de visie dat een patiënt de juiste zorg, op het juiste moment, door de juiste medewerkers, op de juiste plaats en met de juiste financiering verdient.

Dit vanuit de idee van subsidiariteit of getrapte zorg: van zelfzorg, over mantelzorg en wijk- en buurtzorg, naar professionele eerstelijnszorg en ondersteuning, tot gespecialiseerde zorg en ondersteuning. We waken daarbij over vlotte overgangen tussen alle vormen van ondersteuning en opvang en geven prioriteit aan de ondersteuning van de meest laagdrempelige zorgvormen, die het dichtst aanleunen bij de thuissituatie van de patiënt. Professionele zorg moet het sociaal netwerk en de eigen kracht van mensen aanvullen en ondersteunen.

We kiezen er daarom voor  thuiszorg en zorgvormen buiten de muren van het ziekenhuis of het woonzorgcentrum uit te breiden.

Samen met de patiënt en de mantelzorger stellen we een gepersonaliseerd  zorgplan op.  Zorgverleners en zorgaanbieders delen gegevens over zorgnood en er komt een aangepaste financiering die de samenwerking van verschillende zorgactoren ondersteunt.

Door deze maatregelen kan de verstrekte zorg meer op maat van de individuele zorgbehoevende worden gegeven, hetgeen ook blinden of slechtziende personen de nodige ondersteuning biedt om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen.

 

Groen!

  • Er is nood aan kleinere en meer geborgen voorzieningen dan de huidige grootschalige woonzorgcentra. In Groot-Brittannië zijn er inmiddels honderden zogenaamde Abbeyfield-woningen, samenhuisinitiatieven van ouderen. Het accent ligt hier vooral op samen wonen en is daardoor een antwoord op vereenzaming. In Brussel zijn er intussen enkele van deze initiatieven. Groen wil deze uitbreiden en versterken. De huidige wetgeving en reglementering is opgemaakt vanuit het oogpunt van de huidige woonzorgcentra. Het nijpend plaatsgebrek zorgt er voor dat enkel de meest zorgbehoevende ouderen opgenomen worden waardoor reglementering en standaarden voornamelijk in deze richting vernauwen. In het Groene concept komt naast zorg ook duidelijk een accent op samenwonen te liggen. Wetgeving en reglementering dient dan ook in die zin aangepast te worden.
  • Groen pleit resoluut voor een wijk- of dorpsgebonden en niet voor een verzuilde aanpak. We voorzien in elke wijk of (deel)gemeente aangepaste woningen voor senioren, personen met een handicap of een andere ondersteuningsnood. Wij willen de lokale dienstencentra versterken en uitbouwen tot het kloppend hart van een inclusieve aanpak. Vanuit het lokaal dienstencentrum ondersteunen we mensen bij de activiteiten van het dagelijks leven via een 24-uur-op-24 ADL-assistentiepost. Een ADL-assistent helpt mensen bij de activiteiten van het dagelijkse leven zoals uit bed komen, naar het toilet gaan… Zo kunnen ook mensen die meer zorg behoeven in hun wijk blijven wonen. Het lokaal dienstencentrum is ook de draaischrijf voor de organisatie van de mantelzorg in de buurt. De Vlaamse en Brusselse regering heroriënteert de middelen en steunt de lokale besturen bij de uitbouw van wijkgebonden dienstencentra.
  • Goede voorbeelden zoals de eerste woonzorgwijk in Wervik, die via een projectsubsidie werd gerealiseerd, worden structureel verankerd in het beleid.
  • Er wordt werk gemaakt van participatie en inspraak van de bewoners en hun vertegenwoordigers in de zorgvoorzieningen.
  • In het kader van de zesde staatshervorming komen de middelen over voor de Tegemoetkoming voor Hulp aan Bejaarden (THAB), dit is een bijkomende vergoeding voor zwaar zorgbehoevende 65-plussers met een laag inkomen. In Vlaanderen integreren we deze middelen we in de Vlaamse Zorgverzekering (V) en in Brussel voert de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie deze taak uit (B). Er komt een eenvoudig, transparant en universeel indicatie-instrument dat de zorgbehoefte voor personen inschaalt.

 

N-VA

Senioren maken integraal deel uit van de Vlaamse samenleving. Voor ouderen die zorg nodig hebben, kiezen we voor een aangepast aanbod van zorg- en dienstverlening in samenwerking met de senioren zelf en alle organisaties en instellingen actief in die sector. Er is ook nood aan een kwalitatief beleid dat de nadruk legt op een rijk gevulde en veilige ‘oude dag’ in een comfortabele woonomgeving. In die zin is het belangrijk de ouderen te laten wel-zijn in hun vertrouwde thuisomgeving en de zorg zo te organiseren, dat ze zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

De N-VA legt dan ook het zwaartepunt bij thuiszorg en ondersteuning van de mantelzorg. We onderzoeken of het mogelijk is om ook in de ouderenzorg een persoonsvolgende financiering in te voeren. Op die manier bepalen de ouderen zelf  waar ze zorg inkopen. In elk geval voorzien we in extra middelen voor woningaanpassingen zodat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) moet in samenwerking met sociale huisvestingsmaatschappijen en de gemeenten de nood aan aanpasbare/aangepaste woningen in kaart brengen en het beleid hieraan aanpassen. Daarnaast moet het aantal plaatsen waar men zelfstandig kan wonen met assistentie bij activiteiten van het dagelijkse leven (ADL) fors worden uitgebreid, eventueel ook buiten de sociale huisvesting.

We, leggen de klemtoon op assistentiewoningen, dienstencentra, centra voor dagverzorging en kortverblijf. Deze heroriëntering is noodzakelijk om te vermijden mantelzorgers onder te zware druk komen te staan en geheel of gedeeltelijk afhaken.

 

Open Vld

Open Vld is voorstander van een persoonsgebonden financiering voor ouderen en voor personen met een handicap. Dit laat de persoon, oudere of jongere, om veel meer dan vandaag de zorg te kiezen die het meest overeenstemt met zijn persoonlijke verwachtingen en voorkeur. Het laat ook toe verschillende zorgvormen in het thuismilieu in te zetten op het ogenblik dat de betrokkene dit wenst.

Daarnaast heeft Open Vld via een resolutie bij de minister aangedrongen op meer flexibiliteit en continuïteit in de gezinshulp dan vandaag mogelijk is. We weten dat slechts 97 van de 122 diensten voor gezinshulp er in slagen om de continuïteit van zorg te garanderen ten aanzien van hun gebruikers. In 2010 bood slechts 39 van de 102 erkende openbare diensten en 18 van de 20 erkende private diensten gezinszorg op onregelmatige tijdstippen aan. Dat betekent dat 2 private diensten en 63 openbare diensten er niet in slaagt gezinszorg op onregelmatige uren te verlenen. Nochtans is die flexibiliteit en garantie op continuïteit essentieel om mensen met een handicap of oudere mensen te handhaven in hun thuismilieu.

 

sp.a

sp.a kiest in de ouderenzorg en thuiszorg voor een doortastende verschuiving van aanbodgestuurde naar behoeftengestuurde zorg. Iedereen heeft eigen interesses en een eigen levensgeschiedenis en familiale achtergrond, maar ook eigen sociale en gezondheidsbehoeften, eigen capaciteiten en eigen voorkeuren. Zorgvoorzieningen hebben de taak om de persoonlijke integriteit van de gebruikers te respecteren met het doel hun levenskwaliteit te verhogen.

Zorgbehoevende personen blijven het liefst thuis wonen, omwille van de zelfstandigheid en de levenskwaliteit waarover ze daar beschikken. Zelf bepalen wanneer je opstaat en naar bed gaat, wanneer je eet en drinkt en met wie je wil omgaan, is nog altijd het beste. In een instelling of thuis wonen mag wel geen zwart-wit verhaal zijn. Beide zorgvormen moeten optimaal op elkaar aansluiten. Onderdelen in ons verkiezingsprogramma:

  • We zorgen ervoor dat thuiszorg en residentiële zorg - en alle mogelijke variaties daartussen - volledig complementair zijn en zo goed mogelijk in elkaar passen. We focussen eveneens op een uitbreiding en differentiatie van de dag- en nachtopvang (zoals opvang voor minder zware zorgprofielen, dementiepatiënten en palliatieve patiënten). De thuiszorg wordt flexibeler, met een bredere dienstverlening en meer mogelijkheden voor avond- en weekendzorg. We houden ook rekening met het bewonersprofiel (bv. afdelingen voor gebarentalige doven).
  • We creëren meer mogelijkheden voor ouderen om tijdelijk in een woonzorgcentrum opgenomen te worden of deeltijds thuis te wonen én in een residentiële voorziening of enkel 's nachts in een voorziening te verblijven.
  • Met elke gebruiker wordt een persoonlijk zorgplan opgemaakt op basis van een accurate inschaling van de zorgnoden. Het is aan de gebruikers om keuzes te maken, onder meer of zij de zorg thuis, in een residentiële setting of in een mengvorm willen. Daarbij is het essentieel om administratieve en organisatorische overlast voor de gebruiker te vermijden.
  • We voorzien in onafhankelijk advies en begeleiding bij het opstellen en toepassen van het zorgplan, bijvoorbeeld via een case-manager, om ondoelmatig en overmatig gebruik van zorg maar ook onderconsumptie te voorkomen.
  • We creëren meer proeftuinen voor de ouderenzorg met nieuwe vormen van begeleid wonen, buurtzorg, boodschappen- en klusjesdiensten in flatgebouwen, ondersteuning van de mantelzorg, inzet van diagnostische en zorgrobots, telegeneeskunde en telezorg (via de computer of het tv-scherm).
  • Het is belangrijk om de ontwikkeling en het uittesten van innovatieve zorgmodellen of zorgproducten niet boven de hoofden van de eindgebruikers te laten plaatsvinden. Het scheppen van een context waarin ouderen gezien worden als actoren in de constructie van de samenleving vormt daarbij de centrale uitdaging. Zelf-regie, autonomie en participatie van ouderen zijn bij innovatie in de ouderenzorg centrale thema's.

Een goede zorgomgeving vergemakkelijkt het wonen, en een aangepaste woonomgeving vereist minder zorgen. Er valt veel efficiëntiewinst te behalen in de ouderenzorg door een innoverend woonbeleid. Rond 40 procent van de huizen van ouderen blijken momenteel niet aangepast aan gezondheids- en mobiliteitsproblemen. We vatten de woonomgeving niet enkel materieel op: ingebed zijn in een sociaal netwerk is cruciaal voor zorgbehoevende ouderen die thuis wonen. We mogen niet verwachten dat deze netwerken in alle gevallen spontaan blijven bestaan.

  • De woning, de woonomgeving en alles wat daarmee samenhangt (zoals voldoende toegankelijk openbaar vervoer, bereikbare en toegankelijke nutsvoorzieningen en veiligheid in en buiten de woning) worden aangepast aan een vergrijzende samenleving.
  • We werken aan een positiever leefklimaat, voldoende ontmoetingskansen en meer buurtbetrokkenheid in onze wijken en dorpen. Dit zijn belangrijke bouwstenen voor de ontwikkeling van sociale netwerken van ouderen. We investeren in de innovatie van de dienstencentra en ondersteunen het verenigingsleven om sociale netwerken op te bouwen en te versterken.
  • Niet enkel in de bestaande zorg maar ook in innovatieve zorgvormen bouwen we de garantie in van gelijke toegang tot zorg.

Wilt u reageren op deze vraag? Stuur ons een mailtje.