Menu:
deel deze site op:
deel dit artikel op:

Vlot omgaan met blinden en slechtzienden

Tips voor een vlotte omgang met personen met een visuele handicap

  1. Maak je bekend: zeg wie je bent.
  2. Vertel wat je gaat doen.
  3. Vraag hoe je kan helpen.
  4. Verleg persoonlijke voorwerpen niet.
  5. Leg niets in de weg.
  6. Laat weten wanneer je weggaat.

Omgangstips voor blindengeleidehonden

  1. Verplaatst een persoon zich met een blindengeleidehond, dan is de hond aan het werk. Leid de hond niet af en laat hem zijn werk doen. Als de geleidehond een harnas draagt is hij ook aan het werk.
  2. Is een geleidehond niet aan het werk en wil je hem strelen? Vraag eerst toestemming aan zijn baas.
  3. Geef een geleidehond niet ongevraagd eten.
  4. Ga je op stap met iemand die een geleidehond heeft? Vraag of de hond zal werken of dat jij begeleidt en de hond aan de leiband meeloopt.
  5. Vertel wat je gaat doen of waar je naartoe gaat, zodat de geleidehondgebruiker indien nodig het juiste commando aan de hond kan geven: “Zoek trap”, “Zoek het zebrapad”,…
  6. Vraag of de hond nog uitgelaten moet worden. Je kan dan mee uitkijken naar een geschikte plaats.
  7. Hou er rekening mee dat geleidehonden niet op een roltrap of rolbaan mogen.